Inclusieve deelmobiliteit: drempels weg voor minima
Deelmobiliteit kan een handige en duurzame oplossing zijn. Mensen met een laag inkomen zien het echter vaak als duur of als iets wat niet voor hen bedoeld is. Dat is zonde, want het delen van een auto of fiets kan ook voor deze doelgroep nuttig zijn en kostenbesparend. Bas Witte, adviseur deelmobiliteit bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, legt uit hoe een nieuwe regeling helpt om deelmobiliteit toegankelijker te maken.

Niet iedereen profiteert evenveel van deelmobiliteit. Hoe kan dat beter?
Bas: “Met de regeling willen we ervoor zorgen dat decentrale overheden projecten kunnen uitvoeren waardoor voor mensen met een laag inkomen of een fysieke beperking deelmobiliteit een haalbare en betaalbare optie wordt. Zo kunnen zij makkelijker naar werk, voorzieningen of sociale activiteiten reizen. Het uiteindelijke doel is om de vervoersmogelijkheden voor mensen te verbeteren. Gemeenten en regio’s kunnen met deze regeling bijdragen aan een inclusiever en duurzamer vervoerssysteem.”
Waarom maakt niet iedereen gebruik van deelmobiliteit?
‘Het is goed om ten eerste de kanttekening te geven dat deelmobiliteit niet voor iedereen altijd de oplossing is. Als je voor bijvoorbeeld woon-werkverkeer elke dag met een auto op pad moet, is een deelauto geen geschikte oplossing voor jou. We zien dat er echter veel mensen zijn waarvoor het wel nuttig kan zijn, maar zien tegelijkertijd ook dat veel mensen nog niet goed bekend zijn met deelmobiliteit. Hier werken we aan door middel van een publiekscampagne “Start met delen”. De website startmetdelen.nl geeft meer informatie. Daarnaast blijkt deelmobiliteit nog niet door alle doelgroepen gevonden te worden. Veel mensen met lage inkomens denken dat deelmobiliteit voor hen te duur is. Dit kwam uit de gesprekken met de doelgroep, die we als voorbereiding op de regeling hebben gevoerd. Terwijl het delen van een auto in een coöperatie een kosteneffectieve oplossing kan zijn. Om meer gestructureerd kennis op te doen en hiermee pilots op te zetten heeft de Tweede Kamer eind 2022 drie miljoen beschikbaar gesteld. We zijn nu in de fase gekomen dat gemeenten hun interesse om mee te doen aan deze pilots bij het ministerie kenbaar kunnen maken. Het zou mooi zijn als de pilots plaatsvinden in verschillende gebieden, van steden tot landelijke regio’s. Dit alles om goed inzicht te krijgen in wat werkt en wat niet werkt. We hebben hiervoor ook onderzoek laten uitvoeren en dit recent naar de Tweede Kamer gestuurd, het is allemaal gepubliceerd op Rijksoverheid.nl. Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat:
- 8,6% van de Nederlanders (1,5 miljoen mensen) leeft op of onder 120% van het sociaal minimum.
- 30% (5,4 miljoen) heeft een fysieke beperking.
- 15% (2,7 miljoen) heeft beperkte digitale of taalvaardigheden.
- 31% van de mensen met een laag inkomen en een rijbewijs heeft geen auto in huis, tegenover slechts 7% van de totale Nederlandse bevolking.
Mensen met een laag inkomen ervaren vaker vervoersproblemen en maken minder gebruik van officiële deelauto’s. Wel delen ze vaker een auto met bekenden. De uitdaging is dus om deelmobiliteit toegankelijker te maken en drempels weg te nemen, legt Bas uit.”
Hoe helpt de regeling hierbij?
Bas: ‘Veel gemeenten willen deze groep helpen met deelmobiliteit, maar zoeken naar geschikte manieren om dat te doen. We hebben gezien dat er veel pilots hebben plaats gevonden, maar dat er maar beperkt zicht is op wat goed werkt en wat niet. Ik vind het daarom een prachtige kans dat we drie miljoen euro van de Tweede Kamer beschikbaar hebben gekregen om in gezamenlijkheid met gemeenten dit verder te onderzoeken en bovendien gemeenten financieel te helpen bij dit vraagstuk. Gemeenten, provincies en enkele specifieke regio’s, die een pilot voor inclusieve deelmobiliteit willen opzetten, kunnen zich aanmelden bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Dit kan door vóór 17 maart een e-mail te sturen naar inclusievedeelmobiliteit@minienw.nl. Na aanmelding ontvangen ze een informatiepakket met de voorwaarden en benodigde formulieren. Na ontvangst van deze formulieren, zal contact worden gelegd met de overheden die hebben gereageerd. We hopen dat zoveel mogelijk gemeenten reageren, zodat we hier met elkaar van kunnen leren, en bovendien ook veel mensen kunnen profiteren van een passende en betaalbare vorm van deelmobiliteit ,’ besluit Bas.